menu
play_arrow

Geologische Stadswandeling Utrecht

29 November 2016
star

Welkom bij deze geologische stadswandeling in het centrum van Utrecht. Vandaag kijken we naar boven, naar benden en om ons heen en ontdekken: het centrum van Utrecht zit vol (natuur)steen. Een soort miniatuur geologisch park waar alle hoofdtypen gesteente te vinden zijn. En dit terwijl de directe omgeving van Utrecht toch echt niet gekenmerkt wordt door de dikke gesteentelagen die aan het oppervlak te zien zijn.

Utrecht als Romeins fort van natuursteen.
De geschiedenis van de stad Utrecht begint in de eerste eeuw van onze jaartelling, als de Romeinse keizer Claudius besluit dat de Rijn de noordgrens (“Limes”) van zijn rijk zal vormen. Ter verdediging van deze grens verrijzen forten langs de rivier: van Katwijk tot aan de Zwarte Zee. Eén van deze forten, met de naam Trajectum, ‘doorwaadbare plaats’, bevond zich op de plaats van het huidige Domplein, dichtbij een ondiepte in de Rijn. Rond dit middelpunt ontstond de stad Utrecht.

Natuursteen
Al vele duizenden jaren gebruikt de mens natuursteen als bouwmateriaal. Het is veiliger en duurzamer dan bijvoorbeeld hout. Het is ook duurder. Zo kan het de welvaart van de eigenaar onderstrepen. Natuursteen leent zich goed voor de versiering van gebouwen in de vorm van ornamenten of sculpturen. Al deze eigenschappen maken natuursteen tot het perfecte materiaal voor bouwwerken die bestemd zijn voor de eeuwigheid. Natuursteen is in Nederland schaars. Aan het aardoppervlak ligt bijna alleen zand, klei of veen en lokaal wat los grind. In Zuid-Limburg en de Achterhoek komen vaste gesteenten aan de oppervlakte. Niet ver over de grens, bijvoorbeeld bij het Duitse Bad Bentheim, in de Eifel en in de Belgische Ardennen, komt veel vast gesteente aan het oppervlak. De rivieren Rijn en Maas, die door de laatstgenoemde bergen stromen, worden dan ook van oudsher benut voor het transport van natuursteen naar Nederland.

Gesteentes
Tijdens deze geologische stadswandeling maak je een echte geologische kaart van de binnenstad. Op een geologische kaart wordt het gesteente dat 'dagzoomt' (zichtbaar is aan het aardoppervlak) weergegeven. Gesteente is onder te verdelen in 3 hoofdtypen:

  1. Sedimentaire gesteenten worden gevormd uit erosiemateriaal van andere gesteenten. Losse deeltjes zoals zand, grind of fossielen kitten aan elkaar en vormen zo een vast materiaal bijvoorbeeld zand- of kalksteen. Dit type gesteente is vaak te herkennen aan de aanwezigheid van (‘zand’) korrels of fossielen en aan een gelaagde structuur.
  2. Stollingsgesteenten ontstaan door het kristalliseren van mineralen uit gesmolten gesteente. We onderscheiden vulkanische gesteenten die aan het aardoppervlak stollen uit lava en dieptegesteenten die in de aarde stollen uit magma. In het eerste geval koelt het gesmolten materiaal snel af en ontstaan er kleine kristallen die met het blote oog niet zichtbaar zijn. In het tweede geval koelt het gesteente veel langzamer af. Hierdoor krijgen de kristallen de kans om te groeien. De aanwezigheid van kristallen vaak min of meer van gelijke grootte is dan ook het belangrijkste kenmerk van dit type gesteente.
  3. Naast de sedimentaire en stollingsgesteenten kennen we nog een derde hoofdtype, namelijk de metamorfe gesteenten. Deze worden onder hoge druk en / of hoge temperatuur gevormd uit de twee andere hoofdtypen. De bekendste vertegenwoordigers van deze groep zijn marmer (metamorfe kalksteen) en lei (metamorfe kleisteen). Elk beginmateriaal levert afhankelijk van de omstandigheden zijn eigen metamorfe eindproduct. Er is dus zeer veel variatie in de gesteenten die tot deze groep behoren.

 

Related