menu
play_arrow

Joodse negotie en parnose

04 March 2012
star

De Joodse bewoning van Amsterdam begint rond 1600. Dit was in de tijd dat de gilden (beroepsverenigingen) veel macht hadden.  Alleen wanneer men lid was van een gilde mocht men een bepaald beroep uitoefenen en Joden mochten geen lid worden van een gilde. Vandaar dat men in veel beroepen in die tijd geen Joden aantreft, in beroepen waar men geen gilde had juist meer.
De Joden die zich hier vestigden waren vaak vluchtelingen.  Of ze kwamen uit Spanje en Portugal, of uit het oosten van Europa.
Met name de 2e groep had geen goede handelscontacten en waren arm. Ze woonden in die delen van de stad met de slechtste huizen, rond het Waterlooplein en de buurten tussen Waterlooplein en de huidige IJ-tunnel.
De eerste groep heeft die contacten wel, weten zich uit de armoede te ontworstelen en komen zo op de nieuwe grachten te wonen, zoals op de Nieuwe Keizersgracht.
In de komende eeuwen blijft de armoede bestaan.  De Kaapse Tijd, tussen 1870 en 1890, is de eerste doorbraak.  Vanwege de vondst van veel diamant in Zuid Afrika komt er veel werk naar Amsterdam. Een aantal arme Joodse mensen wordt rijker.  In 1890 is deze tijd voorbij en te weinig mensen heeft een betere positie gekregen. De oprichting van de 1e vakbond, in 1894 (Algemene Nederlandse Diamantwerkersbond), moet leiden tot een verbetering.
De armoede blijft zeker tot 1940 bestaan.  Een deel van de bevolking van Nederland leeft in armoede, onder de Joodse Nederlanders verhoudingsgewijs veel.
Deze wandeling laat in een deel van de stad een aantal sporen zien van Joodse bedrijven, samen met een stuk van de Joodse geschiedenis.

 

  • place Hollandse Schouwburg

  • place PIZ

  • place Burcht van Berlage

  • place boekdrukkunst

Related